0

Familie Smink

De Vrijheid te vroeg gevierd…

In de documentaire niet alleen het verhaal van twee gezinnen die getroffen worden in de begin dagen van de oorlog maar ook het verhaal van twee gezinnen die getroffen worden aan het eind van de oorlog; één dag voor de bevrijding in Amersfoort.

Tijdens een bezoek aan het ereveld in Loenen vielen ons de graven op van Smink. Het waren er drie op een rij met dezelfde familienaam en sterfdatum, en verschillende leeftijden; 53 jaar, 22 jaar en 17 jaar. Tegenover deze graven lag nog een graf met ook diezelfde sterfdatum. Wij vroegen ons af wat daar gebeurd was ?

Tijdens het gesprek met Roel Boers (beheerder van het Ereveld) kwam het bijzondere verhaal ter sprake. Het verhaal van twee families die overburen waren in de oorlog, op dezelfde dag slachtoffer zijn geworden van represailles door de Duitse soldaten. Bijzonder was ook dat de respectievelijke graven van omgekomen familieleden aan wederzijdse kanten van een en hetzelfde pad lagen op Ereveld. Ook in ruste zijn zij overburen.

Hun verhaal:

Het leek even alsof deze families redelijk ongeschonden de oorlog zouden overleven. Als onderdeel van een kleine gemeenschap dat in de laatste dagen voor bevrijding in een gebied bevond dat later werd bestempeld als ‘niemandsland’; een strook land nabij Amersfoort, tussen de nog door Duitse soldaten bezette oude Grebbelinie en het reeds door Canadezen bevrijd gebied waarop de boerderijen van betrokkene families zich bevonden.

Op 20 april 1945 waren de Canadezen het erf van de familie Braam op gereden. De 29-jarige Jan Braam was een verzetsman van het eerste uur. Hij had de hele oorlog onderduikers gehad en was ontzettend blij dat hij de tijd van angst voor ontdekking of verraad achter zich kon laten. Hij bood de Canadezen aan om met zijn verzetsgroep hulp te bieden bij de aankomende bevrijding van Amersfoort.

Op maandag 23 april kwamen echter twee Duitse soldaten het erf van Braam op, het spoor van de Canadezen volgend, om het huis te doorzoeken. In huize Braam waar nog steeds de onderduikers waren verscholen, brak de paniek uit en werden de beide Duitse soldaten doodgeschoten. Het gevolg – meer Duitse soldaten die de boerderij omsingelden en op zoek gingen naar de onderduikers en … op zoek waren naar vergelding. Er brak nog meer paniek uit in de buurt bij het geluid van geloste schoten, handgranaten die werden gegooid, de boerderijen die in brand worden gestoken en het vee wat uitbreekt en geen kant op kan.

Op de boerderij van Braam sneuvelden vijf man van de verzetsgroep – een familie lid van Smink weet ons te melden dat een aantal van deze mannen met de witte verzetsbanden reeds om hun arm, later zo dood aangetroffen werden. De bevrijding was te vroegtijdig gevierd.

In de nasleep van de consternatie op boerderij Braam, werden ook de boerderijen van de families Brouwer (van Anton Brouwer 40 jaar) en familie Smink (Hendrik 53 jaar) Smink, betrokken.

De dochter van Anton Brouwers, Ida – toen 5 jaar oud – deelt haar verhaal;

Ze waren jong maar Ida weet nog te vertellen hoe hun boerderij in brand werd gestoken. Haar vader, Anton Brouwer ( 40 jaar ), werd opgedragen om een kar (een kaasbrik) uit de schuur te halen en daar de twee dode Duitse soldaten op te leggen. Ida herinnert zich nog dat haar vader op sokken liep, hij had geen tijd gekregen om zijn schoenen aan te trekken. Het was de laatste keer dat zij hun vader in leven zagen; hun vader op sokken de kar voorttrekkend met de twee lijken achter zich, via de laan waar de boerderijen stonden naar de Hooglandseweg. Er waren geen paarden want al het vee was bij de brandstichting alle kanten op gerend.

De Familie Smink:

Het drama was nog niet voorbij op deze 23ste april 1945 want aan de overkant van de weg, bij de overburen familie Smink, speelde zich nog een tragedie af.

Met alle brand, paniek en vluchtende mensen, werd de familie Smink uit hun boerderij gesommeerd – vader Smink (Hendrik (53 jaar), moeder Smink, hun vier dochters, en drie zonen Bertus (22), Henk (17) en Wim (14).

Wim Smink was 14 jaar op die dag waarop hij in één klap zijn vader en zijn twee oudere broers van 17 en 22 jaar verloor. “Doodgeschoten voordat zij bij het tuinhek waren “. Als represaille van de Duitse soldaten voor het doodschieten van de 2 jonge Duitse soldaten aan de overkant van de straat.  Als Wim Smink dit verhaal deelt biggelen de tranen over zijn wangen alsof hij weer 14 jaar is in plaats van 86 jaar;

“ Mijn vader, mijn familie zat niet in het verzet “, vertelt Smink.

Natuurlijk heerst er ook bij de familie Smink paniek; de jongens willen vluchten, zich ergens verstoppen maar moeder Smink meent dat zij niets te verbergen hebben; geen onderduikers, geen verzet en dus geen reden om te vluchten. Vluchten zou gelijk kunnen staan als schuld bekennen.

Op het moment dat de Duitse soldaten op zoek zijn naar de onderduikers schreeuwen zij dat iedereen naar buiten moet komen. Zij stormen de boerderij van Smink binnen en de familie, vader Hendrik, broers Bertus en Henk, Moeder Smink, de vier dochters en Wim (14 jaar) worden meegenomen tot aan de weg.

Wim Smink raakt geëmotioneerd als hij hierover vertelt. Hij was tenslotte 14 jaar, kan de beelden nog voor zich zien van hoe dit drama zich voltrok.

“Wij moesten allen met de handen omhoog naar buiten komen en naar de weg lopen. Toen kreeg mijn moeder het bevel om met mijn zussen en met mij, terug naar het huis te gaan.

Voordat wij bij de voordeur waren, waren de schoten al gelost en waren mijn vader (53), Bertus (22) en Henk (17) dood “.

De volgende dag op dinsdag 24 april 1945 werd Amersfoort en omringend gebied bevrijd. Op 27 april vertelt Wim Schmink, stonden er elf kisten in de kerk. Drie kisten waren van zijn familie.

Er was natuurlijk bevrijding maar er was ook heel veel verdriet. Wim Smink vertelt over zijn moeder die na deze dag slechts 2 jaar nog heeft geleefd. Zij kon dit niet verwerken, vertelt Smink ons. Haar man en twee zonen zo verliezen. Eigenlijk huilde ze elke dag opnieuw, je zou kunnen zeggen dat zij aan een gebroken hart is gestorven.

Smink raakt opnieuw geëmotioneerd als hij vertelt over zijn moeder. En over zijn gemis, hoe hij het zijn ouders gegund zou hebben dat zij konden zien dat het uiteindelijk goed is gekomen met hun kinderen.

De oorlog had door de gebeurtenissen van 23 april een behoorlijke nasleep bij deze familie. Een van de zonen was afwezig toen dit gebeurde. Vanaf het moment van zijn terugkeer, Gijs was toen 16 en zeker na het overlijden van moeder Smink 2 jaar later, nam Gijs de zorg voor de boerderij op zich. Zus Marleen, 15 jaar, nam de verantwoording voor het gezin. Wat bestond uit 7 kinderen.

Wanneer ze iets niet wisten, konden zij altijd terecht bij de buren en de overburen voor advies en steun. Zo kwam Marleen regelmatig moeder Brouwer raadplegen over huishoudelijke zaken.

Smink zegt – het waren hele zware tijden. Wij hadden geen honger, als boeren was er altijd voldoende te eten. Verder hadden wij echter niets.

Nadat vader en broers waren omgebracht, kon moeder Smink bij de gemeente wekelijks 5 gulden ophalen. Als financiële ondersteuning voor haar gezin. Op een moment vroeg ze of dat geen 10 gulden kon worden – zij waren tenslotte met zo velen, ze kon het er niet mee redden. Het ontvangen van die 10 gulden duurde maar kort. Na het overlijden van moeder Smink, ging broer Gijs het geld ophalen. Tevergeefs.

Als moeder Smink niet meer leefde, had zij het geld ook niet nodig kreeg hij te horen.

De kinderen konden het hiermee doen. En hebben het er ook uiteindelijk mee gedaan. En goed ook.

Wim Smink kocht op zijn 24e zijn eerste eigen tractor. Daarna is hij met altijd veel en hard werken heel succesvol geworden. Hij is nu 86 jaar en werkt nog steeds hard. Is zuinig, gooit geen eten weg, vindt familie het allerbelangrijkst wat er is.

“Ik heb altijd met mijn kinderen gewerkt “, vertelt hij ons. “ En dat zal ik altijd blijven doen. Ik stop pas met werken als ik doodga, niet eerder “.

Familie is belangrijk. Het allerbelangrijkst. Onze kinderen en kleinkinderen wonen allemaal in de buurt, zijn allen zijn betrokken in de verschillende bedrijven waar Wim Smink eigenaar van is.

Wat opvallend en bijzonder was bij beide verhalen was de blijvende verbondenheid die deze mensen uitspraken. Hun verbondenheid met Dodenherdenking ieder jaar op 4 mei, hun verbondenheid met hun toenmalige buren. In 1945 en in de jaren daarna zochten ze steun en hulp bij elkaar.

Ondanks de gebeurtenissen van 23 april 1945, vertelt Ida, de dochter van Anton Brouwer, dat wat zij zich herinnert vals haar moeder over de Duitse soldaten sprak, zij zei: ‘Die jongens zijn ook maar gestuurd …’

Nadat hun vader op die dag verdween zou het ongeveer nog zes weken duren voordat zij duidelijkheid kregen over het lot van hun vader. Anton Brouwer keert niet terug bij zijn gezin. Zijn lijk wordt gevonden door een patrouille van de Binnenlandse Strijdkrachten, niet ver van de plek waar de Duitse soldaten bij de Schans zijn begraven.

 

Ida kwam met haar zus naar de herdenking Ereveld Vol Leven en moesten beide huilen toen zij de man zagen die dezelfde leeftijd had als hun vader. ‘Mag ik iets tegen hem zeggen ? “ vraagt Ida ons. Natuurlijk antwoordde wij. “Papa ik heb je zo gemist, elke dag… ‘. Ook deze oudere vrouwen werden weer kleine meisjes toen zij bij het graf van hun vader stonden.

 

Wim Smink kon het niet aan om naar Ereveld Vol Leven komen. Hij vond het een mooi project, belangrijk dat herdenken wordt geborgd. Hij en zijn (klein)kinderen gaan elk jaar naar de dodenherdenking in Hoogland, waar de namen van zijn vader en broers op het monument voor de gevallenen in Hoogland staan vermeld.

Wel mogen wij zijn verhaal vertellen, mensen opstellen bij de graven van zijn vader en broers; en hij was erg benieuwd naar het resultaat. Al 2 jaar lang staan er mensen achter de graven van zijn vader en zijn twee broers. Precies in de leeftijd die overeenkomt: 53 jaar, 22 jaar en 17 jaar. Maar Wim Smink kon of durfde niet te komen. Voorzichtig informeerde wij of hij zijn kinderen had vertelt over ons gesprek maar dat had hij niet gedaan. Wij lieten het zo en durfden niet aan te dringen. Deze man was al zo breekbaar en had al zoveel meegemaakt.

Tot wij in 2017 een mailtje kregen op onze oproep voor representanten voor de herdenking van 1 mei 2017. Het was een bericht van de kleinkinderen van de familie Smink die aangaven dat zij dat jaar zelf heel graag achter de graven wilde staan. En zij hadden precies de leeftijden die nodig waren. Wij hebben bevestigd dat zij meer dan van harte welkom zijn. Zij hebben al hun familie uitgenodigd en inmiddels komen er meer dan 30 familie leden. Wim Smink is er niet bij – hij ligt in het ziekenhuis en het gaat niet goed met hem. Maar wij moesten denken aan zijn woorden bij ons gesprek 2 jaar geleden, dat hij het zo jammer vond dat zijn ouders nooit hebben geweten dat het allemaal goed gekomen is.

Op maandag 1 mei 2017  waren de graven van de familie Smink gevuld met levens van de familie Smink en kwamen er ruim 30 nakomelingen hun eer betuigen. Misschien dat er ergens in de hemel – als deze bestaat, er twee mensen meekijken. Een ereveld vol leven. Levens van de familie Smink.

De familie Smink heeft laten weten dat zij op 4 mei 2018 weer aanwezig zullen zijn bij de graven van hun dierbaren.

Research en redactie: Tina Willekes Scoon

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Scroll to top