0

Familie ter Morsche

Marie

“Wij waren kinderen van zware criminelen. Verwerpelijk, slecht en niets waard.”

Eindeloos liepen Marie en haar broertje Arnold door de straten. Ze had haar broertje vast aan haar hand, want hij liep steeds weg op zoek naar vader en moeder. Ze waren plotseling uit hun leven gerukt.  De angst van Marie was groot. Hoe kan ze voor haar broertje zorgen? Wat kan zij doen om haar ouders weer vrij te krijgen? Ze kwamen aan bij de gemeente. Ze wilden graag een ‘Reisepas’ aanvragen. “We hebben familie in Nederland, zij wachten op ons.”

 

HAAR VERHAAL

Met een goed vooruitzicht om naar Nederland te gaan, wisten de kinderen echter niet dat de plannen zomaar zouden worden veranderd. Ze werden gescheiden van elkaar en werden geplaatst in verschillende SS-gezinnen, ter heropvoeding.

“Wij waren kinderen van zware criminelen. Verwerpelijk, slecht en niets waard. Kinderen van de vijand die straf verdienen en heropgevoed moesten worden. ‘Untermenschen’. Zo slecht en onwaardig zouden wij zijn. Op een gegeven moment is dit dan ook het enige wat je nog gelooft over je zelf.”

Afgebeuld, geknecht en voortdurend leven in angst. Marie moest keihard werken. Ook moest ze in uniform bij de Hitlerjugend lopen. Voorop, met een hakenkruis op haar arm, de partijliedjes zingen, de Hitler-groet uitbrengen en vertegenwoordiger zijn van een monster dat haar vader ten dode zou brengen en haar moeder geestelijk kapot zou maken. Ondanks de donkere periode probeerde Marie positief te blijven en het gezin, haar vader, moeder en broertje bij elkaar te krijgen. Alle mogelijke wegen probeerde Marie. Van brieven tot de gemeentes en zelfs Hitler in persoon heeft ze benaderd. Uiteindelijk heeft dit persoonlijk geschreven gratieverzoek ertoe geleid dat de straf van haar moeder met drie maanden werd ingekort.

“Pijn en eenzaamheid, mezelf zo alleen voelen. We hoorden nergens bij. We hadden geen lotgenoten. Niemand wilde ons. In Duitsland behoorden wij tot de staatsvijandelijke criminelen, in Nederland tot de foute kant. Overal werden wij uitgekotst. Nergens waren wij welkom. Teruggekeerd in Nederland waar wij hoopten enige rust weer te vinden, werden wij met de nek aangekeken. Vaak heb ik gewenst om in een kamp terecht te komen en was omgekomen. Dan hadden we tenminste lotgenoten…”

Nooit heeft Marie de zorg voor haar jongere broertje kunnen loslaten. Ook niet wanneer hij in boosheid zei: “Hou daarmee op! Ik ben jouw kleine broertje niet meer!” De oorlog is doorgegeven aan de volgende generaties, want het leeft voort in de nichten van Marie; Sylvia en Monique. De nachtelijke paniekaanvallen, waaraan hun vader leed, een aanhoudend niveau van onrust en spanning, moeite met in contact zijn en zich te verbinden. Hij had verschillende trauma’s overgehouden aan de oorlog.

Ontroerend dankbaar was Marie voor het project Ereveld Vol Leven. Het is belangrijk dat mensen weten wat er is gebeurd. Mensen moeten zich ervan bewust zijn wat oorlog betekent. Monique vond het in eerste instantie erg emotioneel, maar naderhand toch heel positief.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Scroll to top